Als iedereen springt

Terug naar het overzicht

Het is dinsdag 30 april. Ik sta op het stadhuisplein met een heleboel andere mensen.  Het is het begin van de avond. De zon begint al een beetje onder te gaan, de bezoekers zijn op hun vrolijkst. De band speelt één van hun laatste nummers.  De zanger vraagt aan het publiek om op onze hurken te gaan zitten. Langzaamaan begint de voorste rij te zakken en ook de mensen daar achter doen voorzichtig mee.  Net zo lang tot een groot deel van het plein op zijn hurken zit. Er staat nog één jongen. We gaan niet verder totdat ook hij door zijn knieën gaat. De zanger telt tot vier, waarop het hele plein omhoog springt en iedereen het gevoel heeft op elkaars feestje te zijn. De saamhorigheid is enorm.

In organisaties gaat dat niet anders. Vaak is er urgentie nodig om tot actie over te gaan: Het lijf wil echt niet meer, dus gaan we op zoek naar een andere baan. Als we niet hurken, speelt de band niet verder. [urgentie]

We vinden het tegelijkertijd fijn om niet af te wijken van de menigte.
De nog enige staande jongen is een uitzondering. Waarom staat hij nog? Wat raar. 

Het zou zoveel opleveren als het in een organisatie vanzelfsprekend en niet afwijkend zou zijn om met een leidinggevende of collega over ontwikkelen en vakmanschap te praten. Dat niet de afgesleten rug de reden is om in beweging te komen, maar de wens en mogelijkheid om dat te doen.   

Medewerkers willen zich niet de nog enige staande jongen voelen, waar alle ogen op gericht zijn als zij nadenken over een andere functie of baan.  Nee, wij willen de mensenmassa zijn die al hurkend en springend door de organisatie beweegt.  Dus iedereen door de knieën. 1,2,3,…….! 

Annette Looijestijn | mei 2013 | Annette.looijestijn@linxx.org